Natuur rondom de abdij van Park

De abdijsite is 40 ha groot en vormt het noordelijk deel van een ruitvormige open ruimte van ongeveer 100 ha, midden in een verstedelijkt gebied aan de rand van Leuven. Vooral voor de studenten onder de natuurliefhebbers is de Abdij van ’t Park de uitgelezen plek om tussendoor op wat adem te komen.

De site is in vergelijking met de hotspots van de Dijlevallei misschien het zwakker broertje, maar is toch uitzonderlijk te noemen door de grote afwisseling en aanwezigheid van enkele zeldzame dier- en plantensoorten op een zeer korte afstand van de Leuvense binnenstad.

Van de Abdij bestaat 12 ha uit vier voormalige visvijvers, gelegen in het valleitje van de Molenbeek, en 10 ha hoger gelegen akker- en weidegebied (hoogteverschil + 10 m) ten noorden van de abdijgebouwen. De vijvers worden sinds een tiental jaar natuurlijk ingericht door de natuurwerkgroep van de Vrienden van de Abdij van ’t Park. De laatste jaren is vooral de hoeveelheid waterriet aanzienlijk toegenomen, wat de vijvers een veel natuurlijker karakter geeft.In een masterplan voor deze site staan plannen om de akkers in de nabije toekomst om te vormen tot grasland zodat heel het noordelijke deel wandelpark wordt. Van de aanliggende, zonevreemde sportterreinen is het voetbalveld al omgevormd naar een meer natuurlijke vegetatie. De tennisclub is ook reeds verlaten en zal in de toekomst plaatsmaken voor meer groen. Een bufferzone met een inlandse haag (Meidoorns) langs de hogesnelheidslijn dat mogelijkheden biedt aan ongewervelden is momenteel al ingericht. Een langwerpig hooiland langs de Molenbeek en een leibeek die loopt aan de zuidkant van de site en gevoed wordt door zuiver bronwater dragen bij tot de variatie van het gebied.

Aansluitend op de site van de Abdij van ’t Park ligt nog een 50ha grote open ruimte die de zuidelijke rand vormt van de Molenbeekvallei (Petrusberg, hoogteverschil +20 m). Dit gebiedje bestaat uit voornamelijk akkers, waaronder die van een biologisch landbouwbedrijf, en de terreinen van het Albertuscollege.

Vogels

Soorten die het jaar rond worden gezien aan en rond de vijvers zijn Fuut, Dodaars, Aalscholver, Blauwe reiger, Knobbelzwaan, Canadese gans, Nijlgans, Wilde eend, Meerkoet, Waterhoen, Waterral, Grote bonte specht, Groene specht, Boomkruiper, Holenduif, Ijsvogel en Grote gele kwikstaart (voornamelijk langs deMolenbeek). Van de Aalscholver werd éénmaal een onvolbracht broedgeval opgetekend op het eilandje in de meest westelijke vijver, een plaats waar altijd wel pleisterende Aalscholvers worden gezien.De Abdij van ’t Park was de plek waar in 2002 voor het eerst sinds de jaren ’70 in het Dijleland de Woudaap kon worden waargenomen tijdens het broedseizoen. Deze soort was jaarlijks aanwezig tot en met 2007, maar het is niet uitgesloten dat deze soort in de komende jaren hier opnieuw opduikt.

De vijvers zijn een goede plek voor de Leuvense vogelijker om de eerste voorjaarswaarnemingen te doen van Kleine karekiet, Bosrietzanger, Zwartkop, Tuinfluiter, Tjiftjaf, Huis-, Boeren- , Gier- en Oeverzwaluw. In sommige jaren wordt ook Koekoek waargenomen. Sprinkhaanzanger, Nachtegaal en Rietzanger zijn zeldzamere zangvogels die al werden gehoord. In recente jaren werden aan de vijvers tijdens de trekperioden ook zeldzaamheden gezien zoals Geoorde,fuut, Roodhalsfuut, Purperreiger, Roerdomp, IJseend (1ste juniwaarneming voor Vlaanderen), Topper, Grote Zaagbek, Visarend, Visdief, Bosruiter, Zwarte stern, Buidelmees, Zwarte zee-eend en niet te vergeten de Ralreiger die in 2011 en 2012 telkens in dezelfde periode in mei enkele dagen in AVP verbleef!

Tijdens het winterhalfjaar zijn er naast bescheiden aantallen van Kuifeend, Tafeleend, Wintertaling en Krakeend, relatief hoge aantallen Slobeenden aanwezig (200-tal). Kuifeend en Tafeleend komen vaak ook tot broeden in dit gebied, soms ook Krakeend. Andere eendensoorten worden in mindere mate gezien. Andere wintergasten zijn Rietgors, Witgatje en soms Baardmannetje. Tijdens de winter zijn de vijvers ook een voorverzamelplaats voor meeuwen.

Dit zijn bijna uitsluitend Kokmeeuwen, maar soms ook eens Stormmeeuwen, Zilvermeeuwen en Kleine mantelmeeuwen. Pontische meeuw is ook steeds mogelijk, maar de laatste jaren werd deze soort niet waargenomen. Zwartkopmeeuw en Geelpootmeeuw werden ook al eens waargenomen, maar dan na de winter.De gebouwen van de Abdij bieden onderdak aan Torenvalk, Kauwen, Witte kwikstaart en Zwarte roodstaart. Eenmaal ook een Gekraagde roodstaart (2006).

Een omweg langs de akkergebieden kan soms ook de moeite waard zijn. Langs de Duivelsweg kan men tijdens het broedseizoen Geelgors en Grasmus horen en in een iets verder verleden was hier zelfs een koppeltje Kwartelkoning aanwezig. Tijdens de trek heeft men hier kans op Tapuit, Roodborsttapuit en Paapje (paardenwei). Andere opmerkelijke waarnemingen die hier werden opgetekend zijn o.a. Kolgans, Spotvogel, Smelleken en Kwartel. In de weiden ten noorden van de abdij werd al eens een pleisterende Ooievaar ontdekt.

AndereMeer dan een dozijn libellensoorten die hier tot nu toe werden opgetekend maken van de vijvers van de abdij de beste plek voor deze soortengroep in de nabijheid van de stad Leuven. Vermeldenswaardig zijn waarnemingen van Bruine winterjuffer, Kleine roodoogjuffer, Zwervende heidelibel (invasie in 2006) en ook de Vroege glanzenmaker (aanwezig sinds 2011). Met wat geluk kan men ook het massaal uitsluipen van Houtpantserjuffers langs de zuidelijke dijk aanschouwen.

Aan de rand van de site heeft de omgeving van de Tivolistraat een aantal opmerkelijke soorten. Hier kunnen langs de spoorwegberm Muurhagedis (eerste ontdekte populatie in Vlaanderen), Blauwvleugelsprinkhaan en Klein vliegend hert worden waargenomen.

Voor ongewervelden is vooral de hele zuidwest gerichte rand langs de hogesnelheidslijn interessant. Naast een uitgelezen plek voor verschillende algemene soorten sprinkhanen en dagvlinders werd hier al meermaals Spaanse vlag waargenomen en werd er in 2008 een populatie ontdekt van het regionaal zeldzaam

Bruin blauwtje. In de vijverbegroeiing kruipt het voor dit habitat typisch Negentienpuntlieveheersbeestje rond.

De abdij biedt onderdak en foerageergebied aan enkele soorten vleermuizen (Dwergvleermuis, Watervleermuis, Laatvlieger). Op de muren van de Abdij werden in 2010 voor het eerst in Vlaanderen exemplaren ontdekt van de Reuzenhooiwagen.