Homilie – 20ste zondag – B  – Park, 19 augustus 2018

 

20ste zondag – B  – Park, 19 augustus 2018

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,51-58.

In die tijd zei Jezus tot de menigte der Joden: Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neerge­daald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.’
De Joden geraakten daarover met elkaar in twist en zeiden: ‘Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?’
Jezus sprak daarop tot hen: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.
Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij.
Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.’

Homilie

Broeders en zusters,

Vorig weekend las ik in een interview in de krant de merkwaardige uitspraak: ‘Aange- zien er niks is in het leven, is er ook alles’. Een schrijfster op middelbare leeftijd die allang haar geloof heeft verloren, kijkt op die manier naar het leven. Ze heeft echter één grote angst: dat zij zich op haar sterfbed in extremis gaat bekeren tot Godsgeloof. Het interview geeft naar mijn aanvoelen goed weer hoe mensen vandaag in het leven staan. Er is niets anders dan deze wereld en dus moet je elke minuut goed zien te gebruiken want voor je het weet is het voorbij. Mensen gaan dan alleen in het hier en nu leven, in het materiële bestaan van eten en drinken, en genieten en krampachtig dit aardse leven vasthouden. En tegelijk leeft er, zeker in het hart van een literator, toch die vraag, of zelfs die angst, is dit dan echt alles? Is er niets meer?

Mensen vandaag reageren op Jezus’ broodrede zoals de joden die Jezus’ woorden niet begrijpen. ‘Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven?’, vragen zij zich af. Eten en drinken gaat toch om materie, ook als je gelooft dat het een gave van God is. Zelfs het manna dat Mozes in de woestijn aan zijn volk gaf, was eten voor deze wereld. Jezus spreekt echter voortdurend op een ander niveau: voor hem is echt leven meer dan materie. De mens is op zoek naar meer en precies dat ‘meer’ interesseert Jezus. Hij speelt in op de weemoed in de mens naar wat zich verbergt achter de dingen, en hij wil die weemoed voeden en veranderen in hoop. Daartoe komt Jezus in de wereld: niet om mensen materieel voedsel te verschaffen – dat kunnen men- sen zelf goed genoeg –, maar een ander voedsel dat de geest sterkt en waar mensen naar hunkeren. En wat meer is: Jezus zelf is dat voedsel. Hij biedt zich aan: we moeten zijn vlees eten en zijn bloed drinken om het echte leven op het spoor te komen. Dat eten en drinken slaat op de eerste plaats op het geloof: geloven in Jezus als Gods gezant is als eten en drinken, als voedsel voor de geest. Omdat we echter ook materie zijn, geeft Jezus ons een materieel voedsel met grote symbolische waarde: de eucharistie waar brood en wijn verwijzen naar Je- zus’ levengevende kracht, waar brood en wijn Jezus zelf zijn. Het gaat om voedsel en drank gedrenkt in Gods mysterie.

Elke eucharistie nodigt Jezus ons uit om zijn vlees te eten en zijn bloed te drinken. Zo blijven we ten diepste met Hem en met de Vader verbonden. Eucharistie is voedsel voor ons leven onderweg: het sterkt ons in ons dagelijks bezigzijn en het behoudt onze openheid op een toekomst in verbondenheid met Jezus en God zelf. Door de eucharistie leven we nu al anders, proeven we al van dat ‘meer’ dat in het bestaan mysterieus aanwezig is. Door de eu- charistie blijven we in Jezus en verblijven we in Gods wereld vol leven.

Zusters en broeders, soms vraag ik mij af waarom mensen zo bang zijn dat er ‘meer’ in het leven is. Waarom zich zo vastklampen aan het aardse bestaan zonder perspectief? Is het angst om zichzelf te verliezen? We vinden onszelf toch zo belangrijk. Heeft het te maken met geldingsdrang om toch maar niet zwak over te komen? Mij lijkt de sprong van het geloof pre- cies bevrijdend: geloof maakt ons los van de verkramptheid om vrij te kunnen leven in de warmte van Gods liefhebbende aanwezigheid, zeker in de eucharistie maar evenzeer in ons leven van elke dag dat door het geloof een hoopgevende kleur krijgt. Amen.

Filip Noël