geschiedenis

In het jaar 1129-1130 zond de abt van Laon op vraag van Godfried met de Baard enkele norbertijnen naar Heverlee. Ze kregen er het jachtpark van de hertog ter beschikking. De abdij kreeg daarom de naam ‘Abdij van Park’. Conform het ideaal van ordestichter Norbertus stortten de discipelen zich op hun leven van contemplatie, apostolaat, armoede en landontginning. Al in 1154 bezat de jonge geemschap meer dan 350 ha bos, landerijen en weiden in een dozijn Brabantse dorpen. In de prille beginperiode werden de kanunniken vergezeld van zusters-kanunniken, weliswaar in een strikt gescheiden systeem. Daarnaast waren er nog broeders en novicen. De abdij verloor niet veel later haar statuut als dubbelklooster.

Omstreeks het midden van de vijftiende eeuw was de stichting van Abdij van Park gestabiliseerd. Er woonden toen circa dertig kanunniken, novicen, enkele broeders en inwonende dienstlui. Vanaf de late jaren 1560 deelde de abdij in de klappen van de godsdienstoorlogen. De opbrengsten droogden op en de abdij kreeg te maken met plunderaars. In 1568 vestigde de hertog van Alva, opperbevelhebber van de Spaanse troepen in de Nederlanden, zijn hoofdkwartier in de gebouwen. De kanunniken trokken zich terug in hun refugehuis in de Minderbroedersstraat in Leuven.

De abt was de hoogste in rang en droeg de eindverantwoordelijkheid zowel voor het geestelijke als voor het tijdelijke. In het Ancien Regime waren de abten van Abdij van Park zeer invloedrijke figuren. Omstreeks het midden van de zeventiende eeuw, toen de abdij onder het abbatiaat van Libert de Pape (1648-1682) zowel spiritueel als economisch een hoogtepunt beleefde, strekte haar grondbezit zich uit over 130 dorpen. Vlaanderen telt vandaag nog talrijke monumentale vierkantshoeves, fraaie pastorieën en mooie dorpskerken die werden gebouwd door de Parkabdij. Tijdens een bouwcampagne kwamen de huidige hoeve, wagenhuis en stallingen met voorplein en de stucwerkplafonds van Hansche tot stand.

In de periode 1719-1730 kreeg de abdij haar huidige uitzicht. De plattegrond van de site met de bebouwingspatronen en het cultuurlandschap met de vijvers zijn middeleeuws. Het klooster volgt het plan van Sankt-Gallen en respecteert de logica van de maateenheid van een vierkant. Abtskwartier, kerk, refter, keuken, warmkamer, infirmerie en kapittelzaal scharen zich rondom een open vierkante ruimte, het pand, met daarrond vier pandgangen. Verder waren er nog slaapvertrekken en een bibliotheek. De site telde ook nog een watermolen en verscheidene poortgebouwen.

In 1797 viel het doek over de Abdij. De Franse Revolutionairen schaften alle kloosters en abdijen af. De parkabdij werd gesloten, haar bewoners verdreven en haar goederen en gebouwen geconfisqueerd door de overheid. Dankzij een stroman slaagden de kanunniken erin om hun abdij met omliggende gronden terug te kopen. De abdijkerk werd vanaf 1803 de zetel van de nieuwe parochie Sint-Jan-de-Evangelist. Het duurde uiteindelijk tot 1836 vooraleer de overlevende kanunniken de abdij konden heroprichten. Herstel kwam er pas in de tweede helft van de 19de eeuw. De norbertijnen sprongen in die periode ook op de kar van de missionering.

De twintigste eeuw bracht nogmaals een heropbloei. Er vormden opnieuw een netwerk van parochies  bediend door een Parkheer. Andere kanunniken kwamen terecht in het onderwijs of werden almoezenier. Daarnaast huisvestte de abdij verschillende generaties Leuvense studenten. Na het tweede Vaticaans Concilie ontsnapte de abdij niet aan de neerwaartse tendens van het kloosterwezen in West-Europa. Het aantal roepingen daalde, de economische activiteiten verminderden en het gebouwencomplex was in een niet aflatende strijd met slijtage en erosie gewikkeld. De norbertijnen beseften zeer goed dat het van groot belang was om hun erfgoedsite voor de komende generaties te bewaren. Daarom stapten ze in het verhaal van restauratie en herbestemming.

Vanaf de jaren 1990 startten de norbertijnen onder leiding van een beschermcomité met de zoektocht naar een oplossing voor het unieke abdijcomplex. In een breed gedragen masterplan werden de krijtlijnen van de restauratie omschreven en de bijzondere erfgoedwaarden vastgelegd. Onder leiding van de stad Leuven waren alle partners het er over eens dat de Parkabdij één van de best bewaarde abdijcomplexen in de Nederlanden is. In 2029 viert de abdij haar 900ste verjaardag. Sinds de bouw van de kerktoren in 1729 werd vrijwel niets afgebroken en bijgebouwd. Samen met de erfgoedcollecties, de interieurs en het historische landschap is dit potentieel Unesco werelderfgoed.

In 2003 beslisten de norbertijnen om grote delen in erfpacht te geven aan de stad Leuven. Eveneens in 2003 werd het Museum Abdij van Park opgericht. De restauratiewerken gingen dat jaar van start. In 2011 volgde een nieuwe overeenkomst met de stad Leuven, de KULeuven en Vlaams minister voor Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois. De hele abdijsite, inclusief kloostercomplex, werd voor 99 jaar in erfpacht gegeven aan de stad Leuven. In ruil kan de stad rekenen op een uitzonderlijke en eenmalige restauratiepremie van de Vlaamse overheid.
De restauratie, onder leiding van de stad Leuven, gebeurt met het grootste respect voor het behoud en de authenticiteit van de site. De norbertijnen blijven het gebouw bewonen. Het Museum Abdij van Park en het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur, dat al sinds 1998 in de abdij is gevestigd, kunnen uitbreiden. De KULeuven zal in samenspraak met de stad Leuven en de norbertijnen buitenlandse priesterstudenten in de abdij huisvesten. De algemene diensten van de Katholieke Hogeschool Leuven nemen het Gastenkwartier en het Provisorenhuis in.

Dankzij het engagement voortvloeiende uit dit partnerschap worden de abdijgebouwen thans gerestaureerd. Eerder werden de Mariapoort (zetel van het huis van de Polyfonie), het Spreekhuis (zetel van Museum Abdij van Park) en het Wagenhuis (zetel Kerk in Noord/Oostpriesterhulp)http://www.kerkinnood.be/ aangepakt. De restauratiewerken zullen in 2020 voltooid zijn.